Wetgeving en beleid > Landelijk Afvalbeheer Plan

Het Landelijk Afvalbeheerplan – LAP – beschrijft het afvalbeheer voor de periode 2002-2006 en blikt vooruit op mogelijke ontwikkelingen in het afvalbeheer tot 2012.
Het LAP is in een vernieuwde versie op 23 maart 2007 vastgesteld en op 3 mei 2007 in werking getreden.
In 2007 en 2008 zal een nieuw LAP worden opgesteld dat eind 2008 in werking treedt.
Het LAP is aangepast aan uitspraken van de Raad van State, nieuwe internationale regelgeving en nieuwe technische inzichten.

De EU-lidstaten zijn het 28 juni 2007 tijdens de Milieuraad eens geworden over de vereenvoudiging en modernisering van de Europese afvalregelgeving. De nu geldende kaderrichtlijn afvalstoffen stamt uit 1975.
Minister Jacqueline Cramer van VROM is blij met dit resultaat. Het afvalbeleid kan een belangrijke bijdrage leveren aan het klimaatbeleid. In de herziene Europese kaderrichtlijn zal er veel meer aandacht zijn voor het bereiken van milieudoelstellingen, zoals het zo veel mogelijk terugwinnen van energie uit afvalstoffen die niet herbruikbaar of recyclebaar zijn. Met het terugwinnen van energie uit vast stedelijk afval dat niet hergebruikt of gecomposteerd kan worden, kan de EU zon 40 miljoen ton CO2-uitstoot per jaar besparen.

Voor hout zijn hier de belangrijkste passages weergegeven:

( . . . . .)
Hoofdgebruik als brandstof
In het LAP wordt ingezet op het zoveel mogelijk benutten van de energie die is opgeslagen in afvalstoffen die niet (kunnen) worden hergebruikt. Het beleid uit dit LAP heeft met name consequenties voor het brandbaar niet-gevaarlijk restafval en is al uitvoerig beschreven in het hoofdstuk 11 (Energiewinning uit afvalstoffen) en wordt ook in hoofdstuk 18 (Verwijdering) nader toegelicht.
Samengevat komt het op het volgende neer:

  • Het storten van brandbaar niet-gevaarlijk restafval is niet acceptabel. Door storten wordt immers de in het afval aanwezige energie niet benut, wordt onnodig stortcapaciteit gebruikt en wordt door de emissie van methaan flink bijgedragen aan het broeikaseffect.
  • (Schone) homogene stromen die niet (kunnen) worden hergebruikt, zoals niet-herbruikbaar hout, dienen te worden bij- of meegestookt in elektriciteitscentrales, cementovens of andere, nog in ontwikkeling zijnde verbrandingsinstallaties voor hoogcalorische afvalstromen.
( . . . . .)
Door consumenten te scheiden afvalstoffen: GFT-afval, papier en karton, glas, textiel, wit- en bruingoed, klein chemisch afval (KCA) en componenten uit grof huishoudelijk afval (zoals grof tuinafval en huishoudelijk bouw- en sloopafval, waaronder verduurzaamd hout).
( . . . . .)
Het betreft hier incidenteel vrijkomende afvalstoffen waarvan gescheiden inzameling en nuttige toepassing al voor een belangrijk deel praktijk is.
Gemeenten zijn eveneens verantwoordelijk voor de inzameling van grove huishoudelijke afvalstoffen. Daartoe dienen zij onder meer te zorgen dat er ten minste één plaats is binnen de gemeente of binnen de gemeenten waarmee wordt samengewerkt, waar grove bestanddelen kunnen worden gebracht.
( . . . . .)

Beleid
Het beleid voor bouw- en sloopafval is gericht op het bevorderen van preventie en het nuttig toepassen van deelstromen. Het beleid ten aanzien van bouw- en sloopafval heeft een nauwe relatie met het ontgrondingenbeleid (tweede Structuurschema oppervlaktedelfstoffen) en het beleid ten aanzien van duurzaam bouwen.
( . . . . .)

Preventiemogelijkheden
In hoofdstuk 13 ‘Preventie’ van het beleidskader is preventie van bouw- en renovatieafval aangeduid als één van de prioriteiten van het afvalbeleid. In de planperiode krijgt afvalpreventie op de volgende wijze invulling:

  • verminderen van de milieubelasting van de producten in de bouw. Hiervoor is het ‘materiaalgebonden milieuprofiel voor gebouwen’ (mmg) ontwikkeld. Het mmg geeft de totale milieuprestatie van een gebouw aan, van de productiefase tot en met de afdankfase. Eisen voor het ontstaan van afval zullen in het mmg worden vastgelegd. Deze bepalingsmethode wordt in het Bouwbesluit vastgelegd en moet worden opgenomen in de bouwvergunning.
  • stimuleren van afvalpreventie op de bouwplaats. Het werken met kernindicatoren voor afval op de bouwplaats zal in de planperiode worden gestimuleerd.
  • demontabel bouwen. Dit wordt onder andere gestimuleerd door het programma ‘Industrieel, flexibel en demontabel bouwen’ (IFD).
( . . . . .)

Houtafval (Eural 17.02.01, 17.02.04*c, 19.12.06*c, 19.12.07, 20.01.37* en 20.01.38)

Inzamelen en opslaan
Voor het uitsluitend opslaan (opslaan als zelfstandige activiteit) geldt hetgeen onder paragraaf 4.1.1 van dit sectorplan is vermeld ook hier.

Be- en verwerken
Minimumstandaard

  • De minimumstandaard voor onbehandeld (A-hout), geverfd, gelakt en verlijmd hout (B-hout) is nuttige toepassing.
  • Voor CC-hout en CCA-hout is de minimumstandaard storten. Verwerking in de vorm van producthergebruik, materiaalhergebruik, nuttige toepassing als brandstof en/of verwijderen door verbranden, is niet toegestaan wanneer daarbij - bijvoorbeeld door inzet van de daarbij gevormde reststoffen - diffuse verspreiding van de in het hout aanwezige metalen optreedt of kan optreden. Voor andere vormen van C-hout dan CC- en CCA-hout is de minimumstandaard verbranden.

Overwegingen bij het vaststellen van de minimumstandaard

  • De aangegeven minimumstandaard sluit aan op de bestaande praktijk en is daarmee uitvoerbaar, bedrijfszeker en kosteneffectief.
  • Verbranding van CC en CCA hout in een AVI of E-centrale is ongewenst in verband met de daardoor optredende diffuse verspreiding van metalen in de asresten. In praktijk komt nuttige toepassing in Ecentrales nog wel voor en inzet is dit te beëindigen. Indirecte verbranding in een E-centrale in de vorm van een voorgeschakelde vergasser is/blijft wel toegestaan, onder voorwaarde dat de daarbij vrijkomende reststoffen worden gestort.
  • Het niveau van verwerking dat in de minimumstandaard is vastgelegd komt overeen met de gangbare wijze van verwerking in het buitenland.
( . . . . .)

Sectorplan 13
Bouw- en sloopafval en daarmee vergelijkbare afvalstoffen

In dit sectorplan is het beleid uitgewerkt voor bouw- en sloopafval. Dit is afval dat vrijkomt bij het bouwen, renoveren en slopen van gebouwen, bouwwerken en wegen. Tevens is ingegaan op afval dat vrijkomt bij het bewerken van bouw- en sloopafval, zoals sorteer- en brekerzeefzand, straalgrit en enige qua aard en samenstelling met bouw- en sloopafval vergelijkbare afvalstoffen die niet of niet altijd onder de noemer bouw- en sloopafval vallen. Zoveel mogelijk zijn de bijbehorende Euralcodes vermeld.

Voorzover dit sectorplan beleid bevat omtrent hout (ondermeer paragraaf 4.5) beperkt dit sectorplan zich niet tot hout uit bouw- en sloopafval maar betreft het ook afvalhout van andere herkomst (bedrijfsafval, afgifte door particulieren, hout uit grof huishoudelijk afval, etc.).

Het complete aanbod aan bouw- en sloopafval bestaat voor meer dan 90% uit steenachtig materiaal, zoals beton, metselwerk en (teerhoudend) asfalt. De rest bestaat uit een groot aantal kleinere deelstromen, zoals gips en cellenbeton; bitumineus dakafval, teermastiek en dakgrind; houtafval; asbest en asbesthoudend materiaal; vlakglas; en metalen.
( . . . . .)
Afvalhout wordt onderverdeeld in:

  • onbehandeld hout (A-hout),
  • geverfd, gelakt of verlijmd hout (B-hout), en
  • verduurzaamd hout (C-hout). C-hout wordt onderverdeeld in
    • gecreosoteerd (met koolwaterstoffen en teren bewerkt) hout,
    • gewolmaniseerd hout (CCA- en CC-hout); CCA-hout bevat naast koper en chroom ook arseen en is aangemerkt als gevaarlijk afval. CC-hout bevat wel koper en chroom, maar geen arseen en is niet aangemerkt als gevaarlijk afval, en
    • hout dat met andere middelen (fungiciden, insecticiden, boorhoudende verbindingen, quaternaire ammoniumverbindingen) is verduurzaamd.

A-hout en B-hout worden nuttig toegepast, met name als materiaalhergebruik in de houtvezelindustrie en de spaanplaatindustrie en als brandstof in onder meer energiecentrales. Product- en materiaalhergebruik van C-hout is ongewenst vanwege de aanwezige verontreinigingen. Verwijderen door verbranden in een AVI is voor CC- en CCA-hout niet gewenst met het oog op de kwaliteitsafname van de AVI-reststoffen.
CC- en CCA-hout worden in de praktijk nuttig toegepast in elektriciteitscentrales of gestort. Voorzover inzet in een E-centrale leidt tot verspreiding van verontreinigingen via de assen is dit een ongewenste route. Er is een import-, handels-, en toepassingsverbod voor CCA-hout als product (Besluit met Arseenverbindingen behandeld hout Wms, Staatscourant mei 2004). Voor CC-hout wordt in zo’n verbod in de loop van de planperiode voorzien. Voor gecreosoteerd hout is de toepassing beperkt in het besluit PAKhoudende coatings en producten Wms 2003.




© 2014 - VHN

Verduurzaamd Hout Nederland | VHN
Kokermolen 11
3994 DG Houten

Postbus 186
3990 DD  Houten
Telefoon :
Fax :
E-mail :
Internet :
KvK nr. :
030 - 693 00 40
030 - 692 50 45
info@vhn.org
www.vhn.org
40530395