Wetgeving en beleid > Wetgeving creosootolie en gecreosoteerd hout

De Europese wetgeving die sinds 22 juni 2009 ook rechtstreeks in Nederland van kracht is, is verordening EG 552/2009 (verordening tot wijziging van bijlage XVII bij Verordening (EG) nr. 1907/2006 van het Europees Parlement en de Raad inzake de registratie en beoordeling van en de autorisatie en beperkingen ten aanzien van chemische stoffen (REACH).

Onder punt 31 hiervan staat dat:

  • creosootolie (met minder dan 50ppm Benzo-a-pyreen en minder dan 3% in water oplosbare fenolen) uitsluitend is toegelaten voor de behandeling van hout onder vacuüm-druk in industriële installaties of door professionele gebruikers;
  • Creosootolie / carbolineum niet aan consumenten mag worden verkocht en alleen in de handel mag worden gebracht in verpakkingen van meer dan 20 liter;
  • Gecreosoteerd hout dat aldus is behandeld mag uitsluitend door professionele gebruikers en in industriële toepassingen worden gebruikt, bijvoorbeeld voor spoorwegen, bij transmissie van elektriciteit en telecommunicatie, voor omheiningen, voor agrarische doeleinden(bijv. palen ter ondersteuning van bomen) en in haveninstallaties en waterwegen.

Tweedehands producten (zoals bijv. bielzen) mogen voor hergebruik in de handel worden gebracht als het hout voor 31 december 2002 is behandeld (daarop is niet de beperking van het Benzo-a-pyreen gehalte en professioneel gebruik van toepassing).

Voor alle gecreosoteerd hout (nieuw èn tweedehands) geldt dat het niet mag worden gebruikt:

  • binnen gebouwen, ongeacht de bestemming ervan;
  • in speelgoed;
  • op speelplaatsen;
  • in parken, tuinen en andere voorzieningen voor recreatie en vrijetijdsbesteding buitenshuis, indien het gevaar bestaat dat dit hout regelmatig met de huid in aanraking komt; 1)
  • voor de vervaardiging van tuinmeubilair, zoals picknicktafels;
  • voor de vervaardiging, het gebruik en de hernieuwde behandeling van:
    - kweekbakken;
    - verpakkingen die in aanraking kunnen komen met voor menselijke en/of dierlijke voeding bestemde onbewerkte producten, tussenproducten of eindproducten;
    - ander materiaal dat de hierboven genoemde voorwerpen kan verontreinigen.

AFWIJKINGEN IN NEDERLAND ZIJN BEËINDIGD SINDS 1 JUNI 2013

In Nederland was op een aantal punten afwijkende regelgeving van toepassing voor gecreosoteerd hout. Die regelgeving is opgenomen in het (Besluit PAK-houdende coatings Wet milieugevaarlijke stoffen), 4 juni 1996.
Bij besluit 2009/C130/03 deelde de Europese Commissie mee dat de toestemming aan Nederland om de strengere nationale bepalingen te hanteren op 1 juni 2013 eindigt. De Europese Commissie heeft Nederland op 8 maart 2013 laten weten dat er ook geen mogelijkheid meer zal worden gegeven om de uitzonderingsstatus te laten voortduren. Bericht van de E.C.

Dat betekent dat tweedehands gebruik van gecreosoteerd hout weer mogelijk is en ook dat in parken, tuinen en andere voorzieningen voor recreatie en vrijetijdsbesteding buitenshuis gecreosoteerd hout weer is toegelaten tenzij er gevaar bestaat dat het hout regelmatig 1) met de huid in aanraking komt.

NIEUWE EUROPESE WETGEVING

Met besluit 2011/71/EU van de Europese Commissie is nieuwe wetgeving van kracht geworden voor creosootolie. Door opname ervan in de biociderichtlijn is creosootolie toegelaten tot 30 april 2018. Deze wetgeving moet door alle lidstaten zijn omgezet in nationale wetgeving op uiterlijk 30 april 2012 en de lidstaten moeten deze wet toepassen vanaf 1 mei 2013. Toelatingsbesluiten moeten door de lidstaten uiterlijk 30 april 2015 zijn genomen. In Nederland is dit besluit op 15 augustus 2011 in de Staatscourant opgenomen als mededeling MbEG-2011-1b van het College voor de toelating van Gewasbeschermingsmiddelen en Biociden (CTGB).

Aan de nationale toelating van creosootolie kunnen nationale voorwaarden zijn verbonden. Elke lidstaat moet uiterlijk op 16 juli 2016 aan de EC verslag indienen van de toelatingsbeslissing die moet zijn gestoeld op een analyse van de technische en economische haalbaarheid van vervanging van gecreosoteerd hout. Het ontbreken van passende alternatieven moet worden gerechtvaardigd en er moet worden aangegeven hoe de ontwikkeling van alternatieven wordt bevorderd. Over toepassingen waarvoor géén alternatieven zijn organiseerde de EC een publieke enquête. De uitkomst ervan is gebruikt bij de beslissing creosoot te blijven toelaten omdat er onvoldoende alternatieven beschikbaar zijn.

In punt 11 van het besluit wordt met zoveel woorden gezegd dat gecreosoteerd hout in contact met oppervlaktewater niet toelaatbaar is. Niet alle mogelijke toepassingen van met creosoot behandeld hout zijn al op EU niveau beoordeeld. Dat is wel het geval met bielzen.
De beperkingen voor de toepassing van gecreosoteerd hout uit punt 31 van de eerder genoemde Europese verordening EG 552/2009 blijven onverminderd van kracht.

1) Volgens het Britse Department of Trade & Industry is de betekenis van regelmatig huid contact: “Frequent could be defined as “happening or occurring often or at short intervals”. In the context of the creosote directive, frequent skin contact could be considered as repeated (habitual) contact of the skin with, for example, creosote-treated railway sleepers. Habitual practices such as constant sitting, leaning against, laying on, walking on creosote treated wood could be considered as frequent skin contact if there is no barrier between the skin and the treated wood. A person constantly handling creosote treated wood, especially with gloves, as part of their job (daily routine) could be said to be making frequent skin contact with creosote.”




© 2014 - VHN

Verduurzaamd Hout Nederland | VHN
Kokermolen 11
3994 DG Houten

Postbus 186
3990 DD  Houten
Telefoon :
Fax :
E-mail :
Internet :
KvK nr. :
030 - 693 00 40
030 - 692 50 45
info@vhn.org
www.vhn.org
40530395