Nieuws > Archief

12 augustus 2003 | Duidelijkheid over toelating impregneermiddelen

Het College van Beroep voor het Bedrijfsleven heeft 26 juni jl. zijn oordeel bekend gemaakt in de procedures inzake creosootolie, CCA, CC en de kopergebaseerde middelen Tanalith E 3485 en Kemwood ACQ 21.
De zouten hebben nu allemaal weer een toelating. Voor creosoot en CCA wordt nog een vraag gesteld aan het Europese Hof van Justitie.

De precieze situatie is dat het CBB voor de kopergebaseerde middelen heeft beslist dat de "oude" toelatingen gewoon weer opnieuw van kracht worden zoals die golden voor het CTB besluit op 14 september 2001 om die niet te verlengen.
Bij het nemen van nieuwe besluiten mag het CTB de niet-afbreekbaarheid van koper geen beslissend criterium meer laten zijn. Dat is helemaal in lijn met het Europese oordeel op dat punt. Daarmee vervalt de grondslag onder de CTB beslissing van destijds.
Dat is ook van toepassing op de koper-chroom gebaseerde middelen die het CTB op 14 september 2001 introk.
Voor deze middelen en voor CCA had het CBB al twee keer eerder besloten om ze toch toe te laten bij wijze van voorlopige voorziening. Dat is nu dus definitief besloten.
Voor CCA geldt dat de bestaande voorlopige voorziening is verlengd tot het CBB antwoord heeft op een interpretatiekwestie over de Europese regelgeving zoals die geldt voor zowel CCA als voor creosootolie.
Het CBB heeft daaromtrent een vraag voorgelegd aan het Europese Hof van Justitie en verzocht voor 1 juni 2005 met antwoord te komen. Na beantwoording komt het CBB dan met een definitieve beslissing. Voor wat betreft CCA zal de betekenis daarvan voor de praktijk niet meer zo groot zijn omdat de nieuwste Europese CCA regelgeving ervoor zorgt dat vanaf juli 2004 de toepasbaarheid van CCA wordt beperkt.

Kortom: een goed bericht dat ons vertrouwen in goed verduurzaamd hout sterkt. Het effent de weg om weer samen met andere organisaties te werken aan verantwoorde toepassingen van hout. Hout dat voor een aantal toepassingen verduurzaamd moet worden om het langdurig zijn functie te laten vervullen. Daarvoor zijn toegelaten middelen een noodzakelijk hulpmiddel en ook niet meer of minder dan dat. Uiteindelijk gaat het om de toepassing van hout. Hout is om allerlei redenen een voorkeursmateriaal en dat kan dankzij een goede behandeling nog veel vaker worden uitgebuit.



12 februari 2003 | Rectificatie VROM persbericht gecreosoteerd hout

VROM: "van algeheel verbod is geen sprake: gecreosoteerd hout kan ook onder de nieuwe bepaling worden toegepast bij afrasteringen, hekwerken, fruitboompalen en spoorbielzen."

VROM verzorgde deze correctie naar aanleiding van de opmerkingen van de VHN. De wetswijziging zal in februari worden gepubliceerd. Het gewijzigde bericht luidt als volgt:

"Rectificatie: Persbericht creosoten (10-2-2003)

Het persbericht 'Import en gebruik van hout met creosoten verboden' dat op 24 januari 2003 door de directie Communicatie van VROM is verspreid, kan ten onrechte de indruk wekken dat de import, de handel en het gebruik van hout behandeld met steenkoolteerdestillaat (creosoot) volledig wordt verboden.
In feite betreft het een uitbreiding met een verbod op gecreosoteerd hout dat in contact komt met water of grondwater, zoals in de waterbouw. Van een algeheel verbod is geen sprake, omdat gecreosoteerd hout ook onder de nieuwe bepaling kan worden toegepast bij afrasteringen, hekwerken, fruitboompalen en spoorbielzen. Het eerdere verbod op verwerking van gecreosoteerd hout in bijvoorbeeld speelgoed, speelplaatsen, tuinmeubilair en opslagplaatsen voor levensmiddelen blijft gehandhaafd. Het gebruik van creosoten wordt beperkt omdat steenkoolteerdestillaat schadelijk kan zijn voor het milieu wanneer dit in het grondwater en het oppervlaktewater terecht komt."



22 januari 2003 | Nieuwe Europese regelgeving beperkt gebruik CCA

In het Europese Publicatieblad van 9 januari 2003 is de tekst opgenomen van de nieuwe EG regelgeving inzake CCA. Dit houtverduurzamingsmiddel blijft toegelaten maar onder een aantal beperkingen. De toegelaten toepassingen zijn de verduurzaming van hout:
- voor de utiliteitsbouw;
- voor bruggen;
- als constructiehout in zoetwatergebieden en in brak water, bv. voor aanlegsteigers en bruggen;
- voor geluidsbarrières;
- voor lawineweringen;
- voor veiligheidshekken en vangrails langs snelwegen;
- als afrasteringspalen van rond naaldhout zonder bast, voor de veelteelt;
- voor steunmuren;
- voor telefoon- en elektriciteitspalen;
- als ondergrondse dwarsliggers.

Nederland heeft net als andere lidstaten tot 30 juni 2003 de tijd om zijn wetgeving hierop aan te passen en dat te publiceren. De nieuwe situatie mag niet later dan 30 juni 2004 van kracht worden. De nieuwe richtlijn is niet van toepassing op hout dat al in gebruik is genomen.
CCA behandeld afvalhout wordt bestempeld als gevaarlijke afvalstof. Het is daarbij wel van groot belang te onderkennen dat "afval" - volgens Europese definitie - "elke stof of voorwerp waarvan de houder zich ontdoet, van plan is of verplicht is zich te ontdoen".
Dat begrip heeft al hordes juristen bezig gehouden en het laatste woord is er nog niet over gezegd. In voorkomend geval is bij de VHN meer achtergrondinfo.

Dit Europese besluit tot beperking van de toepassingsmogelijkheden van CCA heeft inmiddels voor de Nederlandse markt beperkte impact omdat veel hout met andere middelen wordt geïmpregneerd. Het grootste deel van die middelen is op koper gebaseerd. Het Europese oordeel over hout dat met middelen is behandeld wordt door dit besluit dan ook niet beïnvloed.



oktober 2002 | CSTEE maakt korte metten met onderbouwing voorgestelde import- en gebruiksverboden

Op 24 september heeft het CSTEE (Wetenschappelijk Comité Toxiciteit, Ecotixiciteit en Milieu) zich beraden over de onderbouwing van het door Nederland voorgestelde verbod op import en gebruik van met koperverbindingen verduurzaamd hout. De opinie is inmiddels geformuleerd en gepubliceerd (volledige tekst). De meest bondige samenvatting is dat het CSTEE van oordeel is dat Nederland onvoldoende bewijs heeft aangedragen om de voorgestelde verbodsmaatregel te rechtvaardigen. Nederland had, na alle eerdere bezwaren, de Europese Commissie al laten weten de invoering van het verbod in elk geval op te schorten tot het CSTEE zijn mening bekend zou maken.

Het CSTEE maakt korte metten met twee Nederlandse (CTB) criteria:

  • De persistentie: CSTEE verwerpt de Nederlandse afbreekbaarheidsnorm: koper is nu eenmaal niet afbreekbaar. Wat er toe doet is of er negatieve effecten zijn.
    Om dat vast te kunnen stellen moet er een risicoanalyse worden gemaakt. CSTEE merkt op dat er daarvoor een Europees afgestemde notitie is die aangeeft hoe dat moet. Nederland had daarvan geen gebruik gemaakt.
  • Kopernorm voor grondwater: CSTEE accepteert de Nederlandse norm niet. Nederland legt de lat een factor 500 hoger dan de norm van de EU.

Het CSTEE spreekt verder zijn zorgen uit over het feit dat de Nederlandse risicoanalyse gebruik maakt van gegevens die door modelberekeningen worden opgeleverd terwijl er betere, aan de praktijk ontleende gegevens zijn. Nederland gaat ook daardoor uit van een onrealistische 'worst case' benadering.

Het CSTEE geeft deze mening aan de Europese Commissie. Die had daarom gevraagd i.v.m. het wetenschappelijke karakter van de commentaren van lidstaten en de argumenten die Nederland hanteerde. De Europese Commissie zal nu officieel naar Nederland reageren.

De CSTEE mening bevestigt precies datgene wat toelatinghouders en VHN steeds hebben aangevoerd. Dat zal daardoor ook een grote steun zijn bij de behandeling van de bodemprocedure bij het CBB over de middelen.
De Staatssecretaris voor milieu, P.B.L.A. van Geel, krijgt hiermee de argumenten voor het door hem verwoorde nieuwe milieubeleid: "Een internationale oriëntatie: wij moeten Europa overtuigen van onze ambities. Ons bedrijfsleven kan dan vanuit een gelijkwaardige positie opereren. Niet eerst hier allerlei taakstellingen vastleggen en later in Europa strijdend ten onder gaan. We streven naar een krachtig milieubeleid in Europa met spelregels die dan ook voor alle lidstaten gelden".
Waarvan akte!






© 2014 - VHN

Verduurzaamd Hout Nederland | VHN
Kokermolen 11
3994 DG Houten

Postbus 186
3990 DD  Houten
Telefoon :
Fax :
E-mail :
Internet :
KvK nr. :
030 - 693 00 40
030 - 692 50 45
info@vhn.org
www.vhn.org
40530395