Goed geregeld > Toelating verduurzamingsmiddelen

In Europa is geregeld dat verduurzamingsmiddelen producttype 8 uit een lijst van 23 typen biociden moeten worden beoordeeld voordat ze mogen worden gebruikt. In Nederland waren we dat al sinds de Bestrijdingsmiddelenwet uit 1962 gewend. Voor de beoordeling van middelen geldt dat de stoffen waarmee houtverduurzamingsmiddelen worden samengesteld, Europees moeten zijn goedgekeurd. Op nationaal niveau moet dan het middel worden getoetst op toelaatbaar heid. Als een middel in een land is goedgekeurd volgens strikte normen en protocollen kan het normaliter ook in andere landen worden gebruikt. In de middelbeoordeling is ook opgenomen de effecten op het milieu bij gebruik als verduurzaamd hout in een bepaalde toepassing en de effecten in de afvalfase.


In Nederland is het College voor de Toelating van Gewasbeschermingsmiddelen en Biociden de toelatingsautoriteit. Alle middelen waarvan de leverancier claimt dat ze een werende werking hebben tegen aantasting door biologische organismen, moeten volgens de wet een toelatingsbeschikking hebben.
Het College voor de Toelating van Gewasbeschermingsmiddelen en Biociden is door de overheid ingesteld als het onafhankelijke en deskundige instituut dat de middelen toetst op hun toelaatbaarheid. Het CTGB geeft de toelatingsbeschikkingen steeds voor een beperkte duur af en specificeert voor welke toepassingen het is toegelaten. Daardoor is het mogelijk en noodzakelijk om niet alleen nieuwe middelen maar ook bestaande toegelaten middelen periodiek tegen het licht te houden. Nieuwe inzichten, wetten en ervaringen kunnen immers leiden tot een nader oordeel. Met deze systematiek bestaat de waarborg dat de Nederlandse houtverduurzamers steeds werken met verduurzamingsmiddelen die de toets der kritiek kunnen weerstaan.

Bij grote aandacht voor de veiligheid, gezondheid en milieu is de aandacht voor effectiviteit van middelen wat onderbelicht gebleven. En die is natuurlijk van groot belang.
Bij de beoordeling van effectiviteit wordt gekeken naar de deugdelijkheid van het middel in de werking tegen blauwschimmels en/of rottingschimmels en/of insecten en/of mariene organismen.
De producenten van een middel onderzoeken dat natuurlijk zelf om zeker te weten dat ze een goed product op de markt brengen, maar naast veel laboratoriumonderzoek is ook praktijkonderzoek en praktijkervaring noodzakelijk.
Een goede en onafhankelijke beoordeling van alle onderzoekingen is van belang. In het kader van de KOMO certificering is in een dergelijke effectiviteitsbeoordeling voorzien. Daarvoor gebruikt SKH Document 06-04 waarin de beoordelingsgrondslagen zijn opgenomen.




© 2014 - VHN

Verduurzaamd Hout Nederland | VHN
Kokermolen 11
3994 DG Houten

Postbus 186
3990 DD  Houten
Telefoon :
Fax :
E-mail :
Internet :
KvK nr. :
030 - 693 00 40
030 - 692 50 45
info@vhn.org
www.vhn.org
40530395